Sittards bouwkundige verleden rond 1500

De eerste grote bouwstijl in Europa, het Romaans (950 ? 1250), kenmerkte zich door strakke bouw-volumes en zware muren met deur- en raamopeningen met rondboogvormen. Deze bouwstijl is aan Sittard voorbijgegaan omdat de nederzetting toen nog van geringe betekenis was. Niettemin is het zaalkerkje waarvan restanten zijn aangetroffen onder de Grote Kerk, waarschijnlijk op het Romaans gebaseerd geweest. In onze buurt is de kerk van Susteren een vroeg voorbeeld van deze stijl.

Rond 1230 onstond in ons land de gotiek (1230 ? 1560) waarbij in tegenstelling tot het Romaans een onderscheid werd gemaakt tussen dragende en scheidende delen. Het gewicht van het dak werd via kruisgewelven(1), pilaren, luchtbogen(2) en steunberen(3) naar de ondergrond geleid. Daardoor werden de muren ontlast, kregen enkel een scheidende functie en konden voorzien worden van grote glas-in-loodramen. Met name de kerken gingen daardoor een ?naar de hemel reikend verticalisme? vertonen dat nog werd versterkt doordat de Romaanse rondboog werd vervangen door de gotische spitsboog. Ten opzichte van de Romaanse ?stapelbouw? kon de gotische ?skeletbouw? zich daardoor veel vrijere bouwvolumes permitteren.

Zoals alle bouwstijlen kent de gotiek veel onderverdelingen. Deze zijn voor een deel toe te rekenen aan het voortschrijden van de tijd. Van de vroege gotiek met nog Romaanse kenmerken ontwikkelde de stijl zich via de hoge of rayonante gotiek tot de overdadige late of flamboyante gotiek. Maar meer nog zijn stijlverschillen ontstaan door vaak erg streekgebonden inzichten en ontwikkelingen. In onze regio kwam de zogenaamde Maaslandse gotiek tot bloei met als voornaamste kenmerken de hard-stenen pilaren met eenvoudig versierde Maaskapitelen en de dichte vensternissen (schijntriforia(4)) onder de bovenramen van het middenschip.

Kerk met gotiek en neogotiek gecombineerd (2002) Digitale reconstructie St.-Petruskerk voor 1857 De precieze bouwgeschiedenis van de Grote Kerk is niet bekend. Men denkt dat het schip, de zijbeuken, het dwarsschip en de eerste twee travee?n(5) van het koor uit het eerste kwart van de vijftiende eeuw stammen. De uitbreiding van het koor wordt rond 1500 gedateerd. (foto kerk met gotiek en neogotiek gecombineerd (2002)collectie stadsarchief Sittard-Geleen.) In de loop der tijd leed het gebouw veel en vaak door vernieling en verwaarlozing. En over de aanpassingen die Pierre Cuypers in de negentiende eeuw heeft aangebracht, kan ook genuanceerd worden gedacht!

De hoofdopzet van de kerk is een kruisvorm: een breed, relatief laag schip met lagere zijbeuken en een dwarsschip dat even hoog is als het schip. Dit oudste gedeelte van de kerk vertoont alle kenmerken van de Maaslandse gotiek: gedrongen pilaren met eenvoudige kapitelen, pilaren die langs de schipwand naar boven doorlopen, grote muurvlakken met een schijntriforium, kleine bovenramen in het middenschip.

Dat dit gedeelte van de kerk in de periode van de hooggotiek is gebouwd, is te zien aan de zuiltjes (schalken) die aan vier zijden aan de pilaren zijn toegevoegd en die doorlopen in de spitsbogen. Deze stijlverfijning staat in schril contrast met de ronduit onbeholpen manier waarop de gewelven zijn uitgevoerd. Waarschijnlijk is die stunteligheid niet te wijten aan de Middeleeuwse bouwers maar aan de metselaars die in latere eeuwen het herstel van de vernielde of verwaarloosde gewelven voor hun rekening hebben genomen.

De luchtbogen aan de buitenzijde zijn later toegevoegd door Pierre Cuypers. Deze architect wilde zo veel mogelijk aansluiten aan de Franse voorbeelden en ging vaak voorbij aan de regionale varianten van de gotiek.

De kooruitbreiding dateert duidelijk uit de periode van de late gotiek. De muurvlakken zijn beperkter gehouden waardoor grote glas-in-loodramen konden worden gemaakt. Zo is een zeer licht koor ontstaan. De gewelfconstructie van de veelhoekige koorafsluiting is vrij ingewikkeld maar desondanks zeer vakkundig uitgevoerd.

Toren in 2002Toren in 2002Toren in 2002 De toren is waarschijnlijk rond 1505 voltooid en moet met z?n zware steunberen en z?n opvallende speklagen (afwisselend donkere baksteen en lichte mergel) een robuuste indruk hebben gemaakt. (foto's van toren in 2002. collectie stadsarchief Sittard-Geleen)In de loop der tijden is het bovenstuk van de toren herhaalde malen door blikseminslag en brand vernield en daarna aangepast aan de eisen en wensen van de betreffende tijd. De meest markante spits is de barokke variant die na de stadsbrand van 1677 werd opgetrokken. De huidige bovenbouw en spits zijn van de hand van Pierre Cuypers die daarmee heeft bewerkstelligd dat Sittard de hoogste toren (80 meter) van Zuid-Limburg heeft.

Toelichting:

  1. kruisgewelf = gewelf dat diagonaal (kruisvormig) wordt gesteund door ribben die het gewicht naar de vier hoekpunten overbrengen
  2. luchtboog = stenen boog die de zijdelingse druk op de buitenmuur van het middenschip over de zijbeuk op de steunbeer overbrengt
  3. steunbeer = breed en hoog opgemetselde muurverzwaring voor het opvangen van de zijdelingse druk
  4. schijntriforium = dichtgemetselde opening boven de bogen tussen het middenschip en de zijbeuken en onder de bovenramen van het middenschip; een echt triforium biedt op die plek een loopgang of een tribune
  5. travee = (meestal vierkant) gebouwgedeelte dat samenvalt met een kruisgewelf


Volgende: Bouwgeschiedenis rond het jaar 1677
Vorige: Bouwgeschiedenis rond het jaar 1543
Overzicht: Bouwhistorie

Andere verhalen over dit onderwerp:St.-Petruskerk, Periode 1543.